Wales#9 God heeft mij niet nodig.

Toen ik besloot om in Wales een project te gaan doen, wist ik zeker dat God mij daar aan het werk zou zetten. Ik zou mijn talenten inzetten en ervaring delen. Mijn enthousiasme zou mensen gaan aanspreken. En mijn passies zouden anderen inspireren. En ja, Gods Geest in mij zou laten zien hoe goed God is.

En toen kwam ik aan in Wales… En wat was Anne aan het doen? Anne zat stil in een hoekje te snotteren met een zakdoek. De ochtend van vertrek was ik enorm verkouden geworden. En door het vliegen werd het niet beter. Mijn eerste paar uren in Wales was ik misselijk, stil en wilde ik niets liever dan een bed. En zo bleef het de eerste paar dagen.
Uiteindelijk werd het beter. Mijn keel stopte met schreeuwen bij elke millimeter dat ik me verplaatste.
Maar de hele week heb ik niet gesport. En ik was daar voor een sportcommunity. En ik heb niet gesport. S P O R T community. Niet gesport. S. P. O. R. T. community. Maar nee. Snap je?

Ik moet eerlijk zeggen dat ik er helemaal niks van snapte. Waarom wil God mij naar Wales hebben, als ik niet meer ben dan een hoestende lokroep voor de groep? Heel mijn enthousiasme was weg. Mijn energie veranderde in een constante slaap. En zelfs mijn humor begaf het. Teamleden hadden niks aan me want ik zat alleen bij de inschrijf-tafel. Mijn teamleidster leerde me niet kennen want ik hield meestal m’n mond dicht (om een fontein van snot te voorkomen). En God kon mij nergens voor gebruiken want… mijn talenten waren gone. Ziek en useless.

Aan het einde van de week kwam een moeder mij bedanken. Voor de tijd die ik in haar zoontje had gestoken. “You’re welcome! Wait… what?!” Ben je dáár dankbaar voor? Een bal overgooien kan iedereen toch? Voor mijn gevoel had ik een groep kinderen moeten leiden. Of aan de jongeren moeten vertellen wat Jezus in mij doet. Ik had moeten springen over het veld van blijdschap over God. Maar ik deed niets meer dan een bal overgooien.

God heeft mijn talenten echt niet nodig. Auw. Het zoontje van deze moeder had een bal nodig. Daarom moest ik even op de rem getrapt worden. God kijkt naar wat wij nodig hebben. Wij hoeven niet te kijken naar wat God nodig heeft. Ik had het nodig om te dienen. Dienen op een manier waar ik niet voor koos. Maar wat uiteindelijk wel het beste was. Voor het jongetje. Voor Ruubs. God zet mij in op een manier die Hij het beste vindt.

Daarom staat Ruubs op de achtergrond van mijn telefoon. Om mij te herinneren dat ik niet geweldig hoef te zijn. Ik hoef me niet goed te voelen. God heeft mij namelijk niet nodig. Maar Hij gebruikt me wel. Op Zijn manier.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s